De bruid geeft hier een duidelijke geloofsbelijdenis: ‘Zeg mij aan, U, Die mijn ziel liefheeft.’ De bruid mag weten dat ze de Bruidegom innig liefheeft. Ze heeft dus geloofszekerheid. Geloofszekerheid ontvangt een gelovige door het werk van de Heilige Geest. We lezen dat bijvoorbeeld in de Efeze 1: ‘… nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte’ (Ef.1:13). We komen het ook tegen in de Heidelbergse Catechismus: ‘… waarom Hij mij ook door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert’. De bruid weet dat ze de Heere Jezus hartelijk liefheeft. De Heilige Geest is geschonken om die zekerheid ook in ons hart te werken. Na het geloofsgetuigenis zegt de bruid ook iets over het geestelijke verlangen dat in haar ziel leeft. Ze verlangt van haar Bruidegom dat Hij haar aanzegt: ‘waar Hij weidt, waar U de kudde legert in de middag’. Ze wil de plaats weten waar haar Heere Zijn kudde voedt en tot rust brengt. Vanwege het verlangen naar geestelijke voeding, zoekt ze naar een moment om samen met andere gelovigen, aan Jezus voeten te mogen zitten. Om zich daar te mogen verwonderen, over de aangename woorden die uit Zijn mond komen. Hier weidt mijn ziel met een verwonderend oog! Gods kind heeft honger en dorst naar geestelijk onderwijs. Als u of jij dat verlangen niet kent, dan is het de vraag of het wel goed zit met je liefde tot Jezus. Het hart van de bruid brandt van liefde en verlangen. U die mijn ziel innig lief hebt! De bruid zoekt ook naar de kudde. Een gelovige weet zich verbonden met het lichaam van de Heere Jezus Christus. Dat is de plaats waar de gemeente samenkomt, de gemeenschap der heiligen. De Bruidegom wordt vergeleken bij een Herder, Die Zijn kudde weidt en legert. Dat betekent: voedt en tot rust brengt. Wanneer de HEERE je Herder is, dan zal het je aan niets ontbreken. Hij verkwikt mijn ziel! (Ps.23:3). Want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen? Een Oosterse getrouwde vrouw droeg meestal een sluier, als zij buitenshuis was. Zeker bij de samenkomsten in de tempel. Dat deed ze om twee redenen. Om zich te beschermen tegen verkeerde blikken van andere mannen. Maar het was ook een zichtbare belijdenis, ik ben getrouwd! Ik behoor een Ander toe. Ik ben het eigendom van mijn Heiland. En wanneer ik bij Hem ben, ben ik helemaal alleen voor Hem.
Ds. C. van Sligtenhorst